Ajam paniki Ambon

Kreeg ik me toch een fantastische verrassing van Jan, een nieuw Indonesisch kookboek, BARU BELANDA, een ode aan de Indische keuken van toen en nu.

Zoals de titel ook al zegt, vernieuwend. Heerlijke recepten die zeker qua presentatie afwijken van de traditionele rijsttafel.  Het is een prachtige uitgave, mooie vormgeving, prachtige foto’s. Dus die mag niet mee de keuken in vies worden.

Tien minuten na  ontvangst van dit prachtige cadeau stond ik al in de keuken, de kippendijen had ik toevallig in huis, de rest hoort een beetje bij de standaarduitrusting in de keuken.

Het is een top recept, echt super lekker en snel klaar, maar kon het toch niet laten om een beetje te wijzigen, nl iets minder tamarinde en een dessertlepeltje gula djawa toegevoegd.

Benodigdheden voor 4 tot 6 personen

  • 1 kilo kippendijen zonder bot
  • plantaardige olie
  • 300 ml kokosmelk
  • 2 stengels sereh
  • 2 theelepels trassi
  • 2 eetlepels asem
  • 2 blaadjes daun jeruk
  • zout

Voor de boemboe

  • 5 eetlepels fijngesneden sjalot
  • 5 teentjes knoflook
  • 5 lange lomboks
  • 3 schijfjes djahe
  • 10 kemirinoten

Bereiding

  • breng een pan met water aan de kook en pocheer de kippendijen ongeveer 20 minuten. Haal ze uit de pan en dep ze droog. Bewaar het kookwater
  • Wrijf voor de boemboe alle ingredienten in een cobek (of in een keukenmachine) tot een boemboe
  • Verhit een flinke laag olie in een wadjan en bak de boemboe hierin aan tot hij geurt.
  • Leg de kippendijen in de olie en bak ze rondom aan.
  • Voeg een flinke scheut kookwater van de kip toe en daarna scheutje voor scheutje de kokosmelk en voeg dan het gekneusde  geknoopte sereh, de trassi en asem en de blaadjes daun jeruk in de pan, en laat de kip verder gaar stoven.
  • Voeg zout naar smaak toe.

 

 

 

Dit bericht werd geplaatst in hoofdgerechten en getagged met . Maak dit favoriet permalink.